De wetgever rechtvaardigt de villatax met name met het argument dat boven een bepaalde woningwaarde meer sprake is van belegging dan van consumptie. In de fiscale vakliteratuur zijn diverse bezwaren tegen de villatax geopperd, met name dat het verhoogde forfait strijdig zou zijn met het discriminatieverbod uit Europees recht. Bovendien zou de evenredigheid zoek zijn, nu het verhoogde forfait maar liefst 6,8 (!) keer zo hoog is als de reguliere bijtelling. Daar komt dan nog bij dat door de sterke prijsstijgingen van de afgelopen jaren ook relatief ‘gewone’ woningen onder de villatax zijn komen te vallen. Het eindoordeel ligt uiteindelijk bij de Hoge Raad. Hoe die hierover gaat oordelen is op voorhand niet te voorspellen. In principe is het primaat aan de wetgever maar de uitspraken over box 3 leren ons dat de rechter wel ingrijpt als de wet echt niet deugt.
Anders dan bij box 3 heeft de Staatssecretaris van Financiën voor de villatax geen ‘massaalbezwaarprocedure’ afgekondigd. Het gevolg is dat in beginsel iedereen individueel naar de rechter moet stappen om dit aan te vechten. De Beer Accountants & Belastingadviseurs heeft echter met de Belastingdienst een kantoorafspraak gemaakt. Die houdt in dat we voor één geval in beroep gaan bij de belastingrechter. Andere cliënten bij wie dit speelt, kunnen zich bij deze procedure aansluiten. Hun bezwaren worden dan aangehouden totdat de rechter hierover uitspraak heeft gedaan.
Het verhoogde eigenwoningforfait is van toepassing vanaf een WOZ-waarde van de eigen woning:
- in 2022: € 1.130.000
- in 2023: € 1.200.000
- in 2024: € 1.310.000
- in 2025: € 1.330.000
- in 2026: € 1.350.000