Box 3: stand van zaken en vooruitblik naar 2028

Het kan niemand zijn ontgaan dat box 3 al jaren continu in beweging is. Eerder informeerden wij u over de gevolgen van de arresten van de Hoge Raad en over de mogelijkheid om met het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR) belasting terug te vragen wanneer uw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement waarmee de Belastingdienst rekent. Op dit moment is er nieuws op twee fronten: de afhandeling van de tegenbewijsregeling loopt en het kabinet is bezig met een aanpassing op het nieuwe box 3-stelsel vanaf 2028.

De tegenbewijsregeling: waar staan we nu?

De Wet tegenbewijsregeling box 3 trad in 2025 in werking en blijft gelden tot het nieuwe stelsel er is (vanaf 2028). Met het formulier Opgaaf werkelijk rendement kan worden aangetoond dat uw werkelijke rendement in een jaar lager was dan het forfaitaire rendement waarmee de Belastingdienst standaard rekent. Is dat het geval, dan wordt u alleen belast over dat lagere werkelijke rendement. Is uw werkelijke rendement juist hoger? Dan hoeft u niets te doen; u betaalt nooit méér dan op basis van het forfait.

De Belastingdienst verwerkt de ingediende formulieren gefaseerd. De eerste verminderings-beschikkingen volgen vanaf het tweede kwartaal van 2026 en wij hebben inmiddels een aantal verminderingen voor cliënten ontvangen. Vanaf belastingjaar 2025 is een apart formulier overigens niet meer nodig: de tegenbewijsregeling is dan geïntegreerd in de reguliere aangifte inkomstenbelasting.

Had u in eerdere jaren vermogen waarop het werkelijke rendement waarschijnlijk lager lag dan het forfait – bijvoorbeeld vanwege een beleggingspand dat leegstond of de beurs die het slecht deed – dan is het mogelijk interessant om het werkelijke rendement te laten berekenen. Stuur álle informatie die u ontvangt van de fiscus aan ons door omdat wij niet altijd kopieën ontvangen. De termijnen hiervoor luisteren nauw.

Wetsvoorstel Werkelijk Rendement vanaf 2028

Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen. De Eerste Kamer moet nog instemmen, maar het is de bedoeling dat het nieuwe stelsel per 1 januari 2028 ingaat. Tot die tijd blijft de huidige systematiek met forfaits en tegenbewijsregeling van kracht. De kern van het wetsvoorstel: voortaan wordt in box 3 het werkelijke rendement belast, met een tarief van (naar nu bekend) 36%. Het wetsvoorstel kiest daarbij voor een combinatie van twee systemen, afhankelijk van het type vermogen:

Vermogensaanwasbelasting (hoofdregel)
Voor spaargeld, beursgenoteerde aandelen, obligaties, crypto en de meeste andere beleggingen wordt jaarlijks belasting geheven over zowel de directe inkomsten (rente, dividend) als over de waardeontwikkeling. Hiertegen wordt als bezwaar ingebracht dat men dan betaalt over waardestijging die nog niet is verzilverd.

Vermogenswinstbelasting (uitzondering)
Voor onroerende zaken (zoals een tweede woning, vakantiewoning of beleggingspand) en voor aandelen in startende ondernemingen en scale-ups wordt de waardestijging pas belast bij realisatie. Dat is bij verkoop maar ook bij overlijden of schenking. Voor vastgoed betaalt u dus jaarlijks belasting over de ontvangen huur minus rente en kosten en níet over de niet-gerealiseerde waardestijging. Voor vakantiewoningen die minder dan 90% van het jaar worden verhuurd, geldt een forfaitaire bijtelling van 3,35% van de woz-waarde, of de werkelijke huur als die hoger is.

Maatschappelijke ophef – kabinet werkt aan aanpassing

Het wetsvoorstel zoals door de Tweede Kamer aangenomen kent een belangrijk pijnpunt: bij de vermogensaanwasbelasting kunnen verliezen alleen vooruit worden verrekend, niet met eerdere jaren. Dat kan in de praktijk wringen. Stel dat uw aandelen in 2028 fors stijgen en u dus belasting betaalt over die ongerealiseerde winst. Daalt de portefeuille in 2029 weer net zo hard, dan staat u feitelijk met lege handen. Dat terwijl u over winst die nooit is gerealiseerd al wel heeft afgerekend.

Deze ontbrekende verliesverrekening heeft tot zoveel kritiek geleid (deze haalde zelfs de internationale pers) dat een meerderheid van de Eerste Kamer dreigde tegen te stemmen. Eind februari 2026 kondigde minister van Financiën Heinen aan het wetsvoorstel op dit punt te willen aanpassen. In een Kamerbrief van 6 maart 2026 heeft de (nieuwe) staatssecretaris Eerenberg vervolgens laten weten dat het kabinet werkt aan invoering van een achterwaartse verliesverrekening van één jaar. Concreet zou dat betekenen dat verliezen vanaf 2029 verrekend kunnen worden met box 3-inkomen uit 2028. Of dit ICT-technisch en budgettair haalbaar is, wordt momenteel onderzocht. Waarschijnlijk horen we op Prinsjesdag 2026 de uitkomst van deze onderzoeken.

Daarnaast heeft het kabinet de ambitie uitgesproken om ook voor andere beleggingen dan vastgoed zo snel mogelijk over te gaan op een vermogenswinstbelasting. Als uiterste termijn voor een voorstel daarover is genoemd het Belastingplan 2029.

Wat betekent dit voor u?

Tot en met belastingjaar 2027 blijft de huidige systematiek gelden, met een forfaitair rendement en de mogelijkheid van tegenbewijs. Vanaf 2028 gaan we waarschijnlijk over naar een heffing op werkelijk rendement. Bij een substantieel box 3-vermogen is het verstandig om nu al na te denken over de gevolgen van het nieuwe stelsel. In het bijzonder ook over de overgang van de huidige naar de nieuwe box 3; het is immers voordelig om de bezittingen per 1 januari 2028 zo hoog mogelijk te waarderen.

Heeft u vragen over uw box 3-positie, over eventueel tegenbewijs of over de gevolgen van het nieuwe stelsel? Neem gerust contact op met uw vaste contactpersoon bij De Beer Accountants en Belastingadviseurs.