In 1981 koopt een jonge ondernemer Het Chaamsche Wapen in de Dorpsstraat. Zijn broer en diens toenmalige vrouw, Christianne, baten het café uit. Dat huwelijk strandt, en Christianne leert Ad kennen. In 1987 besluiten de twee samen met het dorpscafé verder te gaan. Een rijke geschiedenis volgt; de aankoop van het café, verbouwingen en uitbreidingen, maar ook beschuldigingen van belastingfraude. Toch zijn zowel de klandizie als de sfeer altijd als vanouds gebleven. En dat blijft bij voorkeur het geval, ook nu het pand verkocht is en andere ondernemers het stokje binnenkort overnemen. “We hopen dat het café hetzelfde blijft. Dat wil het hele dorp”, aldus Christianne.
Nieuwbakken ondernemers
Toen Ad en Christianne zo’n veertig jaar geleden ook zakelijke partners werden, kwamen ze via via bij accountant Jan de Beer terecht. “Geen familie van ons”, verduidelijken de naamgenoten lachend. Ad: “Wel een markant persoon met veel charisma. Banken durfden amper ‘nee’ tegen hem te zeggen, en bij de Kamer van Koophandel bogen ze bijna voor hem als hij binnenkwam. Hij begeleidde me bij mijn eerste stappen als uitbater. ‘Leer jij eerst maar eens rekenen’, zei hij, en hij stuurde me letterlijk naar school. Hij heeft echt een ondernemer van me gemaakt.”
In hun eerste jaren bij Het Chaamsche Wapen verkeren de twee in een overlevingsmodus. “We hadden niks. Geld was er niet, ons inpandige huis stelde weinig voor, en we waren áltijd hier. Onze kinderen zijn op de bar grootgebracht; die kregen de fles van onze gasten, want wij hadden simpelweg geen tijd.” Na de geboorte van hun oudste dochter opende het echtpaar een spaarrekening voor haar. Ad: “Maar toen de brouwerij contant geld kwam ophalen dat er niet was, moesten we het daar noodgedwongen vanaf halen.” Dat geld vergat hij echter als kasstorting weg te schrijven, waardoor boekhoudkundig een negatieve kas ontstond. “Dat realiseerde ik me helaas jaren later pas.”
De belastingkwestie
In 1989 volgde een belastingcontrole. Niets geks voor die tijd, aldus Wil Vennix, die als fiscalist bij De Beer deze complexe klus op zijn bordje kreeg. “Dat was standaardprocedure bij ondernemers die enkele jaren bezig waren.” Hij haalt samen met de ondernemers herinneringen op in het café. “Die controle escaleerde. De fiscus oordeelde dat de boekhouding niet deugde en dat er dus omzet verzwegen was. Klopte je administratie niet, dan was je gewoonweg een boef.” Een beetje verontwaardigd dan: “Terwijl jullie zozeer knijp zaten dat facturen op dinsdagochtend betaald werden met de baropbrengst maandagavond. Door dat soort zaken leken negatieve kassen te ontstaan, en daar werden jullie aan opgehangen. Ik weet nog dat ik bij jullie in de huiskamer zat en dacht: als zíj́ weleens ‘iets naast de kassa hebben laten vallen’, dan heb ik geen idee waar dat geld naartoe is gegaan.”
Ondanks dat kon worden aangetoond dat het negatieve kasbedrag was veroorzaakt door de niet geboekte opname van de spaarrekening van hun dochter, werd de administratie van het koppel verworpen. De inspecteur maakte vervolgens een theoretische omzetberekening. Ad: “Hij kwam uit op vijf en een half glas per liter. Dus ik vroeg nog netjes: denkt u dat ik goochelaar ben? Zulke dingen ben ik uiteindelijk wel als geestelijke wreedheid gaan ervaren.” Discussies en bezwaarprocedures leverden niets op. Wil gaat verder: “Dus volgde de gang naar de rechter. Je moet nooit beginnen met slaan, want daarna kun je niet meer gaan aaien. Toch is het op een gegeven moment gewoon genoeg geweest.” Ad dan tegen Wil: “In die tijd hebben we ook echt ervaren: als er stront aan de knikker is, dan kunnen we op jullie rekenen.”
Kopen en doorgaan
De aanslag van 280.000 gulden werd uiteindelijk tot een boete van 60.000 gulden gereduceerd. Nog steeds onterecht, maar dan kon het boek tenminste worden gesloten. Ad: “Op de terugweg van het Hof reden we meteen langs de bank om het pand van Het Chaamsche Wapen te kopen. Vanwege het proces hield de bank financiering steeds af, maar nu konden we eindelijk door.” Een tienjarig renovatie- en uitbreidingsplan volgde. “We hebben álles vernieuwd. Dat kostte ons veel geld, maar het rendement kwam er niet echt uit. Als we niet door de Belastingdienst waren geremd, hadden we waarschijnlijk veel verder kunnen komen. Maar spijt hebben we niet.”
Ondanks alles staken de twee jarenlang hun hele ziel en zaligheid in het café. In het gebouw, de feesten en recepties, de vaste gasten en de vele verenigingen die hun onderneming als thuishonk zien. “Het pand is inmiddels verkocht aan de vorige eigenaar en ook de overname van de exploitatie – hoogstwaarschijnlijk per 1 juli – is rond. Maar als ik niet zo met mijn gezondheid kwakkelde, was ik hier in het harnas gestorven”, aldus een stellige Christianne. “We lopen na de overname nog even mee. Toch verhuizen we bewust naar een plek buiten Chaam. Ik wil hier niet iedere dag in ons café kijken. Dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Nooit.”