De Hoge Raad: uitzendarbeid is tijdelijk
Uitzendarbeid is van nature tijdelijk. De Hoge Raad bevestigde dat in november 2025 nog eens uitdrukkelijk. Maar werkt iemand al drie jaar of langer onafgebroken bij u via een uitzendbureau? Dan kan een rechter oordelen dat er feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd – met terugwerkende kracht. Daarmee komen ineens ontslagbescherming, cao‑rechten, arbeidsvoorwaarden én een transitievergoeding bij u op het bordje. Rechtbank Den Haag legde deze driejaarsgrens vast in een zaak tegen een grote supermarktketen en het inlenende uitzendbureau. Wie zonder nadenken jaar in jaar uit dezelfde uitzendkracht inhuurt, loopt dus een substantieel risico.
Aansprakelijk voor loon, loonheffingen en veiligheid
Ook spelen er andere risico’s bij het inlenen van personeel. Betaalt het uitzendbureau de uitzendkracht te weinig? Dan kan de uitzendkracht zich rechtstreeks tot de inlener wenden. Op basis van de wet is deze namelijk hoofdelijk aansprakelijk voor het loon van de uitzendkracht. En als het uitzendbureau failliet gaat, kan de Belastingdienst op grond van artikel 34 van de Invorderingswet 1990 de niet‑afgedragen loonheffingen alsnog bij u verhalen.
Daarnaast bent u bij een arbeidsongeval aansprakelijk, ook al is het uitzendbureau formeel de werkgever. Wanneer u als inlener arbeid laat verrichten door iemand buiten dienstverband, bent u verantwoordelijk voor een veilige werkomgeving, goede instructies en de juiste hulpmiddelen. Een schadeclaim van een uitzendkracht na een ongeval op uw werkvloer, kan dus rechtstreeks bij u landen.
Daar komt nog een verplichting bij. Nieuwe cao‑afspraken hebben de inlenersbeloning vervangen door gelijkwaardige beloning voor uitzendkrachten ten opzichte van eigen personeel. U moet als inlener tijdig en volledig informatie verstrekken over uw beloningsstructuur: functie, loon, toeslagen, periodieken, pensioen en eindejaarsuitkering. Levert u onjuiste of onvolledige informatie aan, en ontvangt de uitzendkracht daardoor te weinig loon? Dan kunt u daarvoor aansprakelijk worden gesteld.
Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten
Per 1 januari 2027 treedt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) in werking. Uitzendbureaus moeten dan een vergunning hebben van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Als inlener mag u alleen nog werken met toegelaten bureaus. Doet u na die datum zaken met een niet‑vergund bureau, dan riskeert u een boete.
Het inzetten van uitzendkrachten heeft dus meerdere haken en ogen. De wet legt meer verantwoordelijkheden op dan veel ondernemers beseffen. Wie zijn administratie en contracten niet op orde heeft, kan worden verrast door claims die hij niet zag aankomen. Een goede adviseur helpt u tijdig de risico’s in kaart te brengen.
Update: schijnzelfstandigheid en Wet DBA
Werkt u met zzp’ers? Dan zijn dit de belangrijkste wijzigingen.
Handhaving
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst volledig op schijnzelfstandigheid. In 2025 werden nog geen vergrijpboetes opgelegd. Vanaf 1 januari 2026 kan dat wel, maar wordt gehandeld op het principe van een zachte landing. Er zullen eerst bedrijfsbezoeken en waarschuwingen volgen, voordat een boete wordt uitgedeeld.
Uurgrens
Zzp’ers die minder dan € 38 per uur verdienen kunnen een beroep doen op het rechtsvermoeden van werknemerschap. Opdrachtgevers moeten dan aantonen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Wat er nog aankomt
Het kabinet heeft het verduidelijkingsdeel van wetsvoorstel Vbar geschrapt. In de plaats komt de Zelfstandigenwet. Alle goedgekeurde modelovereenkomsten zijn verlengd tot 31 december 2029. Onthoud: de overeenkomst op papier is niet leidend – de praktijk bepaalt. Wij ondersteunen bij het maken van een risicoanalyse en het beperken van risico’s in de praktijk en opstellen van juiste overeenkomsten.